Welkom in de

SNOEPKIOSK


Vampierentanden, aardbeienveters, zuurtjes, colaatjes,... zoveel soorten, en er komen steeds nieuwe soorten bij.

Klik op een kauwgumbal en draai aan de hendel om verder te gaan

Hoe worden zoveel soorten snoep gemaakt?

In de eerste plaats natuurlijk door voor elk snoepje een andere recept te gebruiken.
Maar niet alleen de smaak is belangrijk. Ook de vorm, de grootte en de stevigheid van een snoepje spelen een belangrijke rol.
Probeer ‘t zelf maar eens. Snoepen is een bepaalde smaak proeven en tegelijk de vorm van het snoepje in je mond voelen.
Zo kunnen de snoepmakers natuurlijk blijven variëren en combineren.

Suiker in de hoofdrol

Ook al zien ze er heel verschillend uit, ieder snoepje heet toch ‘suikerwerk’. Zo’n snoepje bestaat voor het grootste deel - de naam zegt het al - uit witte suiker. Toch is suiker niet het enige ingrediënt. Want om van die suiker stroop te maken, heb je ook nog water nodig. Hoe minder water je gebruikt, hoe harder de stroop wordt. En hoe meer water, hoe zachter...
Als je water en suiker mengt en dat warm maakt krijgt je dus stroop. Een kleverig goedje, waaraan later nog de juiste (natuurlijke) kleurstoffen en natuurlijke geur- en smaakmiddelen worden toegevoegd. Door met die ingrediënten steeds weer te variëren, kun je verschillende ‘suikerwerkjes’ maken. ‘Zoveel smaken, zoveel snoepjes!

Hoe wordt bijvoorbeeld veters gemaakt?

Eerst worden de suikers en de glucosestroop afgewogen en in de grote ketel gemengd. In diezelfde ketel wordt ook water toegevoegd en wordt het mengsel gekookt. Dan wordt de gekookte vetermassa in een grote bak gestort om af te koelen. In die bak worden poeder, de gelatine en een beetje plantaardig vet (voor de smeuigheid) toegevoegd. De ‘veter-deeg’ is nu klaar. Om het lekker zacht en soepel te maken, moet het nog wel een hele tijd heel goed gekneed worden. En om de verschillende smaken te krijgen, worden nu ook het vruchtesap en de natuurlijke kleurstoffen toegevoegd. Is de machine klaar met kneden, dan komt de, inmiddels flink afgekoelde, klomp deeg op een ‘trekmachine’ terecht. Die maakt er (net als bij deeg voor een taart) een grote platte plak van. Deze plak komt bij de volgende machine aan, die er keurige langwerpige slierten van snijdt. Natuurlijk volgt er nu ook nog een kwaliteitscontrole, want elk snoepje moet aan strenge eisen voldoen. Tot slot worden de snoepjes verpakt. Ze zijn nu klaar om naar de winkel te worden gebracht.

Snoepen is zo oud als de mensheid...

Ook in de oertijd hielden de mensen van zoet. Als onze voorouders in de oertijd iets eetbaars zochten in het veld, namen ze alleen zoete vruchten mee. Ook zij wisten dus al dat iets met een zoete smaak goed te eten is en iets bitters niet.

De eerste echte ‘zoetstof’ die mensen gebruikten om hun eten een zoete smaak te geven, was honing. Jagers haalden die honing in het Stenen Tijdperk uit de nesten van wilde bijen. En de oude Egyptenaren hadden zelfs al 2500 jaar voor Christus korven vol honingbijen. Ook suiker zoals wij dat kennen, werd al heel vroeg gebruikt. Al in 3000 jaar voor Christus wisten de mensen in India hoe ze suiker uit suikerriet konden halen. Via de Arabische landen werd die methode later ook bekend in Frankrijk en Spanje.

Het eerste echte snoep

Honing en rietsuiker werden dus alleen gebruikt om etenswaren zoet te maken. Want op het eerste echte snoepgoed moeten we nog een hele tijd wachten. Om precies te zijn: tot het begin van de zestiende eeuw! Het idee om van rietsuiker allerlei soorten snoep te maken, ontstond rond 1510 in de Zuidelijke Nederlanden (wat nu Vlaanderen heet). Snoep heette toen nog suikerwerk en werd - vooral in de hoogste kringen - al gauw razend populair. Zo lieten verschillende Duitse keizers suikerwerk speciaal naar hun hof brengen. Helemaal uit het tegenwoordige Vlaamse land! Ook kregen de mensen in die tijd bij wijze van welkomstgeschenk figuurtjes van suikergoed aangeboden. Lange tijd bleef snoep vooral iets voor de rijken. Niet gek als je weet dat het nogal duur was om suiker te maken uit suikerriet. Pas na 1747 werd dat anders. Want in dat jaar ontdekte een Duitse apotheker dat je suiker ook uit goedkope bieten kunt halen. Wist je trouwens dat er een tijd was dat mensen geloofden dat snoep een geneeskrachtige werking had? Zo zouden Marshmallows (een soort Engels spekje) goed zijn tegen borstpijn. En zou de Yellow-man (een Ierse toffee) werken tegen allerlei kwalen.

Word je dik van snoep?

Ze zeggen vaak dat je dik wordt van frisdranken, snoepjes en andere zoetwaren. Toch is dat niet helemaal waar. Met vette jus of vette sauzen loop je een veel grotere kans om in de breedte te groeien. Hoe zit het dan? Heel simpel. Als je meer eet en drinkt dan je nodig hebt, krijg je te veel energie binnen. Als je dan niet meer beweegt, wordt die overtollige energie omgezet in vet en word je dikker en zwaarder. Te veel eten en drinken is dus niet goed.

Bederft snoep je tanden?

Het is te simpel om te zeggen dat snoepen je tanden bederft. Hoe zit het dan wel? In veel eten en drinken zit suiker. Niet alleen in snoep, maar bijvoorbeeld ook in limonade, koek of zoet broodbeleg. En zelfs in appels en citroenen zit van nature suiker. Nu is het zo dat suiker de bacteriën in de mond flink aan het werk zet. Ze zorgen daarbij voor een zuur dat het tandglazuur aantast. Gelukkig kan dat glazuur wel een stootje hebben. Maar vooral niet te vaak achter elkaar. Want dan kan er op den duur een gaatje in je tanden of kiezen komen. Het is daarom verstandig om drie keer per dag goed te eten en niet meer dan drie of vier keer een tussendoortje te nemen. Of dat nou een appel is, frisdrank ....of een snoepje. En natuurlijk moet je ‘s morgens en ‘ s avonds goed je tanden poetsen!

Heb je nog vragen of opmerkingen?
Vul dan gerust dit formuliertje in!
Naam:
E-mail adres:
Eigen homepage:
Je vraag of opmerking: